Heisenberg, Leiden 23-3-2019

Gisterenavond Leiden, en gisteren is al weer voorbij, wat we deden cq speelden dus ook, verdwenen in de Leidse lucht, opstijgend naar de afnemende heldere maan. Georgie (Elsie de Brauw) hangt nu in de lucht, niet alleen in de Leidse, maar op dit moment ook ergens in de buurt van het Midden-Oosten, op weg naar Mosul in Irak (ze landt in Erbil in het autonome gebied van de Koerden waar ik enkele jaren geleden ook was voor een filmfestival, onvergetelijk, maar dit terzijde) om daar scènes op te nemen voor de nieuwe Milau Rau-variant van de Oresteia. Zou haar Clytaimnestra facetten van Georgie laten voortleven? Geen idee. Voor mij als ik straks die voorstelling ga bekijken zeer zeker wel, dat weet ik nu al, ik zal altijd in haar spel verdwazing die uitloopt in een zekere berusting blijven zien. Iedere acteur, hoeveel rollen hij of zij ook speelt, speelt uiteindelijk altijd dezelfde rol, hoe er ook getransformeerd wordt, hoeveel verschillende pruiken of costumes er ook aan te pas komen. Het tonéél speelt, de acteur is daar een onderdeeltje van, alleen de hele goeie, beseffen dat, daarom zijn het ook de hele goeie! Klinkt elitair, maar dat moet dan maar, was ook de bedoeling.
Leiden dus, in aanwezigheid van bijna alle broers en zusters van Agaath, plus aanhang, dus vijftien kaarten extra verkocht in een toch al prachtig bezette zaal. 
In het belang van deze verhaaltjes zou het best aardig zijn als er eens een avondje de totale mist in zou gaan, maar dat lukt maar niet, het was wéér een heftig Heisenberg avondje, vol improvisaties die allemaal ergens op uitdraaiden, van ons allebei, op varianten in gevoelens die zinvol uit de hand liepen en die het vervolg tot een onbekend gebied maakten. Want dat is, zo ontdek ik, het spannende van improviseren: het heeft onbekende gevolgen, je kunt niet meer terugvallen in de groef van de vorige avond. Als je elkaar in het spelen volledig vertrouwt weet je ook dat er altijd een vangnet aanwezig is waar je op het laatste moment redelijk veilig kunt landen. En waar je geen tijd hebt om te analyseren of het allemaal wel juist was wat je deed. dat gaat pas na afloop, als je van je collega hoort, “wat deed je nou”, dan was het een overbodige afslag, “ja dat was een goeie nou begreep ik dat er veel meer onder zit, waarom die man ineens zo uitvalt,” etc etc. 
De Leidse Schouwburg is qua toeschouwers volume misschien wel een van de kleinste grote theaters in Nederland, de zaal lijkt een verlengde huiskamer, met balkons als extra erkers, met een goeie akoestiek, beetje smalle toneelopening, waardoor we mise-en-scenes moesten omdraaien om voor de uiteindes van de balkons zichtbaar te blijven, want ja, daar zaten ook mensen, beslissingen die bliksemsnel moesten worden genomen, beslissingen waarin ik niet de handigste ben: het improviseren is pas sinds kort door mij ontdekt, dus ik ben nog niet op alles voorbereid.
We hebben nu een weekje vrij, althans ik, want Elsie werkt dus in Irak. Dat weekje is prettig en niet prettig, weekje wachten is altijd problematisch omdat het geheugen minstens vier of vijf volledige onderhouds-beurten nodig heeft om in Helmond weer in perfecte staat te zijn. 
Ja Helmond, ik zie er al weer naar uit, om samen met Clytaimnestra onze Heisenberg uit de Leidse lucht terug te plukken.

 

Heisenberg, Haarlem 20-3-2019

Gisteren Haarlem was het weer een Heisenberg-avondje van een geheel ander kaliber dan alle voorgaande optredens. Hoe komt dat toch? Is het de aard van het stuk, die ons bij iedere zin voor een onverwachte wending plaatst, die nooit beantwoordt aan wat je zelf zou kunnen bedenken? En die daardoor ons verplicht om iedere avond het uiterste aan inventiviteit op te brengen om die tekst en die bizarre handelingen recht te doen? Elsie (de Brauw) en ik deden mee aan de inleiding die wegens een grote toeloop in de zaal werd gehouden, we werden vooraf gegaan door een medewerkster van de Schouwburg die allerlei feiten en wetenswaardigheden over de schrijver, zijn bedoelingen vertelde, daarna kwamen wij erbij. Het resultaat was dat de voorstelling voor de helft van het toeschouwers-aantal gedragen werd door een dubbele aandacht: iedere keer na een inleiding merken we dat de “aanwezigheid” van het publiek duidelijker voelbaar was. En gisteren wel heel duidelijk, op bijna alles wat we deden en te berde brachten werd gereageerd (door een volle zaal) en dan word je door de avond heen gedragen als het ware, je voelt het meebewegen, het meedenken in de zin van hoe redt hij zich hier weer uit, hoe reageert zij nu weer op de zoveelste hindernis.
NU ook weer in Haarlem in ’t bijzonder werkte de zaalvorm, de intimiteit en de feilloze akoestiek erg mee, met een specifieke verantwoordelijkheid voor ons die zonder microfoontjes spelen. Als je dan klachten zou krijgen vanwege een veronderstelde onverstaanbaarheid, dan is het werkelijk onze schuld. Ik schijf “veronderstelde” omdat de gehoorsituatie van de klager zelden wordt betrokken in de bezwaren, voortschrijdende doofheid wordt meestal hardnekkig ontkend. Gisteren meldde zich na afloop een Mevrouw met zo’n klacht, maar ik had sterk de indruk dat ze mijn antwoorden van dichtbij al niet helemaal verstond. En gelukkig werden we bijgestaan door de directeur van het pand Jaap Lampe, die vanaf het balkon ieder woord had verstaan.
Ik ervoer gisteren dat de Haarlemse Schouwburg de ideale plek was om ons stuk te spelen, alles klopte, alles werkte, wat zou het geweldig zijn wanneer het theater als kunstvorm nog zo’n plek in onze samenleving zou kunnen innemen dat je op zo’n plek een hele week zou kunnen “staan”. Wat zou dat de ontwikkeling van ons spel op een goeie manier beïnvloeden, je zou je bij een tweede en derde dag van zo’n standplaats-week gaan thuisvoelen, je zou geen minuten meer kwijt raken aan het spelend verkennen van de ruimte, aan het uittesten van de akoestiek, aan de lengte en dieptematen van het decor, je zou je niet meer hoeven bezighouden met de zichtlijnen, enzovoort enzovoort. In het De La Martheater heb je die lange series nog wel, maar die worden hoofdzakelijk benut om daar het iets “lichtere” repertoire in te zetten. Voor zo’n soort bespeling is ons stuk misschien te ernstig, hoezeer er ook gelachen kan worden. (O wat schrijf ik nu weer, nu bezondig ik mij ook al door de ernst te relativeren met “er kan ook gelachen worden”. Brrr, foldertaal! ) De Theaterassociatie brengt sinds kort ook langere series door het hele land, misschien is het nog te vroeg om daar conclusies uit te trekken, waarom langere series in de provincie problematischer zijn dan in de grote steden, en meer van dat soort overwegingen. Zelfs al wordt de conclusie dat het toneel zich maar eens tot de grote steden in het land zou moeten terugtrekken, zal er toch niets aan het spreidingssysteem veranderen.
Op de terugweg hoorden we de opgeblazen overwinningstaal van de voorman van het Forum, ronduit griezelige teksten. Tja er lopen wel meer vreemde figuren rond, maar dat daar zo’n groot deel van het electoraat gedachteloos achterna holt maakt me ten aanzien van de kunsten niet erg hoopvol, erger nog, doet het ergste verwachten.
Maar zo ver is het nog niet. Eerst krijgen we as Zaterdag nog Leiden, ook zo’n vertrouwenwekkend theater, ook zo geschikt voor “ons” stuk.