Heisenberg, Rotterdam 6-4-2019

Gisterenavond de laatste(?) Heisenberg, in Rotterdam, de première hadden we er gespeeld, en na een kleine veertig voorstellingen her en der in het land speelden we er ook de laatste. Wat ik gisteren schreef over de ontvangst in Den Haag, gold gelukkig ook in Rotterdam: volle bak, gretig publiek dat ons tweeën een heerlijke avond bezorgde. Meestal is het andersom, en zijn wij het, de spelers die de dienst uitmaken, maar er bestaan ook van die bijzondere avonden waarop het publiek bepaalt hoe de avond zal verlopen, dat voel je aankomen bij je opkomst al, niet dat afwachtende van: laat het maar eens zien wat jullie hebben te bieden, nee, nu ging men daar van uit, alsof het publiek de voorstelling al eens had gezien en nu met zijn allen hadden afgesproken om nog eens een keertje te gaan, goed voorbereid, op de hoogte van alle haarspeldbochten die wij in die kleine twee uur moesten nemen. Het samenspel met publiek leverde zo’n aparte spanning op dat ik me pas in de laatste scène realiseerde dat het misschien wel de allerlaatste keer zou zijn. Misschien, want dit is typisch zo’n voorstelling die een jaartje of twee kan rijpen en dan ineens weer van stal gehaald kan worden, enfin, je weet maar nooit. 
Voor Elsie (de Brauw) is het gunstig dat er een einde aan is gekomen, zij heeft over twee weken in Gent al weer première van “Orestes in Mosul”, in de regie van Milo Rau, dus zij kan wel wat extra vrije avondjes gebruiken. 
Omdat we vergevorderde plannen hebben om binnen twee jaar weer samen een stuk te gaan spelen, dat Lot Vekemans voor ons aan het schrijven is, ook onder regie van Johan Simons, een stuk waar we al een paar bijeenkomsten hebben gehad, viel het afscheid ons iets minder zwaar dan anders het geval zou zijn geweest. 
Voor mij breken nu vier rustige maanden aan, daarna “Eindspel” van Samuel Beckett bij dezelfde club, Theater Rotterdam, regie Erik Whien. Never a dull moment. Tijd om behalve het leren van die intens lastige tekst, eens rustig na te denken over de zin, de noodzaak of de overbodigheid van het serieuze theater in ons land, ik broed op een bundel ingrijpende punten die het belang ervan moeten aantonen in dit zo sterk verdeelde werelddeel en specifiek in ons kunstvrezend land. En of ik het spelen in Eindspel weer van verslagjes ga voorzien, daar ben ik nog niet uit. Dit is geen fishing for compliments, van “alsjeblieft ga er mee door”, “we vinden het zo leuk om te lezen” nee, ik meen dat echt, misschien ga ik er wel een dagboekje van maken, voor mezelf, waarin ik zonder zelfcensuur alles noteer wat me werkelijk bezighoudt tijdens het spelen. Voor nu: dag Heisenberg, dag Elsie, dag Johan, dag Marcel, dag Sidney, dag Axel dag Nicky, dag Sarah, het waren topmaanden met jullie. En nu de lente in!

Heisenberg, Tiel 4-4-2019
en Den Haag 5-4-2019

Eergisteren dus Tiel, in de Agnietenhof, in mijn Toneelgroep Theatertijd was ik nog bij de opening eind jaren zestig, en een paar jaar later beleefden we er de generale-weken van Het Proces, de Kafka bewerking van Jan Grossman, de grote Tsjechische regisseur.
Terug naar het nu van eergisteren, Heisenberg. Weinig mensen, hoe zeer de staf van de schouwburg ook zijn best had gedaan, aan hen lag het niet. Na afloop iedereen unaniem in zijn/haar lof, (kwam uit het niets een dame op me aflopen “mag ik u een zoen geven?” nou dat is me nog niet eerder gebeurd). Er moet toch eindelijk eens goed worden nagedacht over het nut van bloedserieuze voorstellingen in de provincie, daar blijkt maar een handjevol mensen voor te porren zijn. Er wordt heus wel over nagedacht, vast wel, maar echte oplossingen doemen maar niet op, de Theateralliantie is een stap(je) maar die mikt alleen maar op grootste producties, niet op kleine noodzakelijke bijdragen aan het in stand houden van een wat serieuzere richting.
We hadden best reclame kunnen maken met de voortdurend opborrelende lach in onze voorstelling, maar ik ben blij dat we ons daar niet op hebben laten voorstaan, maar ja, hoe nu verder? Vooral omdat we gisteren in Den Haag wel een volle zal hadden, en vanavond hoor ik in Rotterdam ook. Waarom bevestigt de “provincie” zijn schijnbare achterstand door minder naar serieus theater te komen? Oei wat zullen er nu weer veel mensen boos zijn, die dan vervolgens weer tegen mij zeggen dat ze het met mijn conclusies eens zijn: we zullen er voorlopig nooit uitkomen.
Nog even over gisteren, Den Haag dus, volle bak in de Koninklijke, heerlijk avondje, het was net of we voor vrienden en familie in de de huiskamer een avondje relatieperikelen speelden, we werden in alles wat we te berde brachten, hoe tegengesteld, hoe raadselachtig ook, bevestigd door voortdurend aanwezig en luid reagerend publiek, luxueus hoor, het deed een beroep op je “samenspel-mogelijkheid” met de zaal op een prikkelende manier. Ik zag Elsie een paar millimeter hoger van de grond komen van puur spelplezier, want ach wat kan een goed lukkend avondje toch een plezier opleveren, vooral na afloop! Mij deed het als zeer oud-gediende denken aan de voorbije tijden van de vroegere Haagsche Comedie, waar publiek in de jaren vijftig, zestig ook zo innig eén was met zijn spelers, we voelden ons nu in 2019 weer net zo verbonden. Na afloop veel collega’s in de gang achter het toneel, het leek wel een première, heerlijk hoor, kan niet anders zeggen. Vanavond de laatste in Rotterdam, ben benieuwd, morgen dus mijn al weer laatste verslagje. Tot morgen.